opleiding.nl
0 opleidingen

Didactische vaardigheden basisonderwijs


Na zo'n cursus houd je een groep van dertig kinderen aan het werk terwijl je één tafelgroepje instructie geeft, en weet je wat je met de snelle rekenaars doet. Je krijgt er een certificaat voor, geen lesbevoegdheid.

Cursus of pabo

Vragen over deelname, duur, kosten en het verschil met de pabo.

Wat leer je bij didactische vaardigheden voor het basisonderwijs?

Je leert een groepsinstructie geven, je les opbouwen volgens een vast model en omgaan met niveauverschillen tussen kinderen. Klassenmanagement vult een groot deel van de tijd: hoe je de dag indeelt, overgangen kort houdt en rust bewaart in een volle klas.

Moet ik al op een basisschool werken om mee te doen?

Meestal wel, want je oefent met lessen uit je eigen groep. Een diploma vragen opleiders niet, toegang tot een klas of stageplek wel. Zonder die praktijk mis je de kern, omdat het grootste deel van de bijeenkomsten uit oefenen en nabespreken bestaat.

Hoe lang duurt een cursus didactische vaardigheden basisonderwijs?

Twee tot zes dagdelen, verspreid over vier tot acht weken. Tussen de bijeenkomsten voer je opdrachten uit in je eigen groep. Verdiepende trajecten over rekenen of beginnende geletterdheid lopen op tot tien dagdelen en eindigen met een praktijkopdracht.

  1. Instructie geven aan een groep van dertig kinderen

    Je leert een basisschoolles opbouwen volgens een vast model en tegelijk drie niveaus bedienen, zodat de kinderen die het al snappen doorwerken terwijl jij de anderen aan de instructietafel helpt. Terugkerende onderwerpen zijn expliciete directe instructie, differentiëren op drie niveaus, klassenmanagement en dagritme, en de didactiek van beginnend lezen en rekenen. Het jonge kind krijgt aparte aandacht, met spel als leermiddel in groep 1 en 2. Je brengt eigen lessen in en krijgt daar feedback op.

  2. Assistenten, invallers en startende leerkrachten

    De deelnemers werken al op een basisschool en willen hun lespraktijk verbeteren, van de onderwijsassistent tot de leerkracht die na twee jaar merkt dat zijn ochtenden rommelig verlopen. Drie situaties zie je vaak. Je bent net afgestudeerd en zoekt houvast bij klassenmanagement. Je valt in en wisselt elke week van groep. Of je begeleidt kleine groepjes en wilt zelf voor de klas. Een diploma vraagt niemand vooraf. Zoek je de bevoegdheid zelf, dan heb je de pabo nodig.

  3. Rollen in de basisschool die je hiermee versterkt

    Deze cursussen maken je beter in de rol die je nu al vervult, want ze veranderen je dagelijkse praktijk zonder iets aan je formele bevoegdheid te wijzigen. Denk aan vijf rollen: onderwijsassistent, klassenassistent, groepsleerkracht, invalleerkracht en leerkrachtondersteuner. Zij werken op reguliere basisscholen, in het speciaal basisonderwijs en bij regionale invalpools. De weg omhoog loopt via een pabo-diploma naar zelfstandig groepsleerkracht, en daarna naar leescoördinator of intern begeleider.

  4. Bijscholing voor de basisschool, geen route naar de pabo

    Binnen onderwijs en pedagogiek is dit de bijscholingslijn voor groep 1 tot en met 8. Het gaat om twee tot zes dagdelen die je meteen maandag kunt gebruiken. De grootste vergissing is deze cursus verwarren met basisonderwijs en pabo, want daar haal je de bevoegdheid. Didactische vaardigheden behandelt dezelfde vaardigheden voor trainers buiten het onderwijs. En didactische vaardigheden voortgezet onderwijs gaat over pubers, niet over kleuters.