opleiding.nl
0 opleidingen

Didactische vaardigheden voortgezet onderwijs


Na deze trainingen krijg je een derde klas op vrijdagmiddag aan het werk zonder je stem te verheffen, en houd je je uitleg kort genoeg voor tieners. Een bevoegdheid levert het niet op, wel een certificaat.

Lesgeven aan tieners

Vragen over toelating, duur, kosten en de bevoegdheid die deze trainingen niet geven.

Wat houden didactische vaardigheden in het voortgezet onderwijs in?

Het gaat om alles wat nodig is om je vak aan tieners te leren: heldere uitleg, een strakke lesopbouw, activerende opdrachten en duidelijke afspraken over gedrag. Trainingen vertalen dat naar lesuren van vijftig minuten en klassen waarin de niveaus flink uiteenlopen.

Welke vooropleiding heb ik nodig voor deze trainingen?

Een formele vooropleiding eisen opleiders zelden. Ze vragen wel dat je een vak beheerst en dat je een klas hebt om in te oefenen. Voor het pedagogisch-didactisch getuigschrift, bedoeld voor docenten in het mbo, gelden strengere eisen en heb je een aanstelling nodig.

Hoe lang duurt een training didactische vaardigheden voortgezet onderwijs?

Twee tot acht dagdelen, verspreid over één tot drie maanden. Coachingstrajecten met lesbezoek lopen een heel schooljaar door, met één bezoek per periode. Losse workshops over orde houden beperken zich tot één dagdeel, vaak op een studiedag van de school.

  1. Lesgeven aan tieners in blokken van vijftig minuten

    Je leert je vak overbrengen aan jongeren van twaalf tot achttien jaar binnen een lesuur van vijftig minuten: kort uitleggen, snel aan het werk zetten en de laatste minuten gebruiken om te checken wat is blijven hangen. Vaste thema's zijn orde houden en grenzen stellen, activerende werkvormen, differentiëren binnen één klas, formatief toetsen en gesprekken met leerlingen die afhaken. Vakdidactiek loopt er doorheen, toegepast op jouw eigen vak. Een coach bekijkt vaak lesopnames met je terug.

  2. Onbevoegde docenten, instructeurs en zij-instromers

    Deelnemers geven al les in het vmbo, havo, vwo of mbo zonder afgeronde lerarenopleiding, of ze lopen na een paar maanden vast op orde en motivatie. Drie situaties zie je het vaakst. Een vakspecialist wordt als zij-instromer voor de klas gezet. Een instructeur verzorgt een praktijkvak op een roc. Een startende docent overleeft zijn eerste jaar met moeite. Vakkennis en een klas om in te oefenen zijn genoeg. Een bevoegdheid komt hier niet uit.

  3. Waar deze trainingen je lespraktijk versterken

    Je functie verandert er niet door, maar je lessen wel: deze trainingen ondersteunen rollen waarin je zelf onderwijs verzorgt op een scholengemeenschap, een praktijkschool of een roc. Vijf rollen komen vaak langs: vakdocent, instructeur, onderwijsassistent in het vmbo, technisch onderwijsassistent en praktijkbegeleider. Voor mentor of teamleider vraagt een school in de regel wel een bevoegdheid plus enkele jaren ervaring. Reken op twee tot acht dagdelen voordat je het verschil merkt.

  4. Waarom deze training geen tweedegraads bevoegdheid geeft

    Deze bijscholingslijn binnen onderwijs en pedagogiek draait om je lespraktijk van morgen, niet om je papieren. Je krijgt een certificaat van de opleider en geen graad. Een tweedegraads of eerstegraads bevoegdheid haal je uitsluitend via lerarenopleidingen, die door de NVAO zijn geaccrediteerd. Train je volwassenen buiten een school, kies dan didactische vaardigheden. Voor kinderen tot twaalf jaar bestaat didactische vaardigheden basisonderwijs.