opleiding.nl
0 opleidingen

Sport en bewegen


Na een opleiding sport en bewegen sta je zelfstandig voor een groep: je schrijft een trainingsschema, corrigeert een squat en houdt een zaal vol pubers bij de les. Je licentie of diploma bepaalt waar je aan de slag mag.

Toelating, duur en lesgeld

Vragen over instappen, doorlooptijd, kosten en wat je na je diploma doet.

Wat is een opleiding sport en bewegen?

Een opleiding sport en bewegen leidt je op tot instructeur, trainer of coach. Je leert schema's maken, lessen geven en groepen veilig begeleiden. Het aanbod loopt van een licentietraining van twee dagdelen tot een MBO-diploma of een deeltijdbachelor.

Welke vooropleiding heb je nodig voor sport en bewegen?

Voor licentietrainingen en cursussen geldt geen diploma-eis, wel vaak een minimumleeftijd van zestien of achttien jaar. Een MBO-4-opleiding vraagt VMBO kader, VMBO theoretisch of MBO-3. Voor een Bachelor heb je HAVO, MBO-4 of een 21-plustoets nodig.

Hoe lang duurt een opleiding sport en bewegen?

Een licentietraining beslaat een tot vijf dagdelen. Een MBO-opleiding in deeltijd loopt twee tot drie jaar, afhankelijk van je vrijstellingen. Een Bachelor in deeltijd duurt drie tot vier jaar, met vijftien tot twintig uur studie per week.

  1. Trainen, lesgeven en coachen: de inhoud van de opleiding

    Je leert een trainingsschema opbouwen, een oefening voordoen en corrigeren, en een les zo indelen dat iedereen in de zaal blijft bewegen, van beginner tot gevorderde. Vier vaste onderdelen zijn anatomie en fysiologie, trainingsleer met periodisering, didactiek en blessurepreventie. Je geeft proeflessen en krijgt feedback op je instructietaal. Bij een MBO-traject hoort een stage van meerdere maanden bij een vereniging, zwembad of sportschool. Reanimatie en AED zitten vaak in het programma.

  2. Wie kiest voor werken op de sportvloer

    Deze opleidingen passen bij drie groepen: vrijwillige verenigingstrainers die hun kennis willen vastleggen, fitnessmedewerkers zonder papieren, en zij-instromers die hun bureaubaan inruilen voor werk in een zaal. Voor een licentietraining vraagt niemand een diploma. Voor MBO-4 vraagt een school VMBO kader of theoretisch, of een afgeronde MBO-3. Wil je liever roosters en begrotingen maken, dan zit je hier verkeerd. Ook wie vooral over eten wil adviseren, kijkt beter bij een andere richting.

  3. Van fitnessinstructeur tot buurtsportcoach: de functies

    Met een diploma sport en bewegen werk je als fitnessinstructeur, groepslesdocent, verenigingstrainer, zwemonderwijzer, personal trainer of buurtsportcoach, bij sportscholen, zwembaden, gemeenten en zorginstellingen met een beweegaanbod. Zwemonderwijs vraagt een aparte licentie van de Nationale Raad Zwemveiligheid. Doorgroeien loopt via specialisatie of coördinatie: hoofd fitness, coördinator sportstimulering of een eigen praktijk. Veel starters draaien acht tot twaalf uur per week en breiden dat langzaam uit.

  4. Waarin lesgeven verschilt van organiseren en adviseren

    Deze richting zet jou voor de groep. De andere twee binnen sport en beweging spelen zich achter een bureau af: sturen op cijfers, of adviseren over eten en drinken. Bij sportmanagement tel je bezoekersaantallen en onderhandel je met sponsors. Bij voeding reken je met eiwitten en koolhydraten. Wie twijfelt, twijfelt meestal tussen deze richting en sportmanagement. Simpele test: wil je zweten op je werk of vergaderen?