opleiding.nl
0 opleidingen

Landmeetkunde


Na een cursus landmeetkunde zet je zelf een bouwput uit in RD-coördinaten en controleer je of een fundering op NAP-hoogte ligt. Je werkt met een total station, een GNSS-ontvanger en een waterpasinstrument.

Het vak van landmeter

Vragen over het beroep, toelating, duur en kosten van een meetopleiding.

Wat doet een landmeter?

Een landmeter bepaalt en legt vast waar iets precies ligt en hoe hoog het staat, en zet ontwerpen uit op de bouwplaats. Daarvoor gebruikt hij een GNSS-ontvanger, een total station en waterpasinstrumenten, en verwerkt hij de metingen digitaal.

Welke vooropleiding heb ik nodig voor landmeetkunde?

Voor een basiscursus geldt geen diploma-eis. Een MBO-school vraagt niveau 2 of 3 of aantoonbare ervaring in de infra. Voor een HBO-programma verwacht een opleider havo, vwo of MBO-4, of vanaf 21 jaar een toelatingsonderzoek.

Hoe lang duurt een cursus landmeetkunde?

Een basiscursus beslaat drie tot vijf dagen. Een gespecialiseerde cursus over GNSS-meten of maatvoering duurt één tot drie dagen. Een MBO-opleiding in deeltijd loopt twee tot drie jaar, een HBO-programma één tot twee jaar naast je werk.

  1. Meten in RD-coördinaten en NAP-hoogtes leren

    Landmeetkunde is het meten en vastleggen van ligging, hoogte en maatvoering van terreinen en bouwwerken, zodat een ontwerp op de juiste plek en op de juiste hoogte terechtkomt. Je leert een total station bedienen, waterpassen, GNSS-metingen uitvoeren en meetgegevens verwerken tot een digitaal terreinmodel. Het Rijksdriehoeksstelsel en het NAP vormen daarbij het referentiekader. Gegevens uit de Basisregistratie Grootschalige Topografie komen erbij zodra je voor een gemeente werkt. Een basiscursus duurt drie tot vijf dagen.

  2. Landmeetkunde voor uitzetters, tekenaars en ambtenaren

    Landmeetkunde past bij mensen uit de infra die maatvoerder willen worden, bij civiel tekenaars die het veldwerk erbij willen en bij gemeentemedewerkers die metingen controleren en verwerken. Korte cursussen stellen geen eisen, al helpt een technische achtergrond. Een MBO-school vraagt niveau 2 of 3, of ervaring op de bouwplaats. Wil je ontwerpen in plaats van meten, dan past civiele techniek beter. Gaat het je om kaarten, beleid en bestemmingen, kijk dan bij ruimtelijke ordening.

  3. Landmeter, maatvoerder of geodetisch medewerker worden

    Met een opleiding landmeetkunde werk je als landmeter, maatvoerder, meetassistent, geodetisch medewerker, GIS-medewerker of uitzetter bij aannemers, meetbedrijven, gemeenten en netbeheerders die hun leidingnet in kaart brengen. Het werk speelt zich half buiten en half achter de computer af. Daar controleer en corrigeer je de meetdata. Je groeit van meetassistent naar zelfstandig landmeter en daarna naar meetcoördinator. Drones en 3D-scanners horen inmiddels bij het gereedschap.

  4. Landmeetkunde meet wat civiele techniek ontwerpt

    Landmeetkunde levert binnen techniek en bouw de meetgegevens waarop de andere richtingen verder bouwen, van het tracé van een nieuwe weg tot de exacte plaats van een fundering. De grens met civiele techniek verwart het vaakst: daar ontwerp je het werk, hier meet je het in en zet je het uit. Bij ruimtelijke ordening draait het om plannen en bestemmingen, bij bouwkunde om het gebouw zelf.